Rijtest: Alpine A110 (2021)

Lichtgewicht sportauto’s. Een uitstervende diersoort. Nieuwe auto’s worden eerder zwaarder dan lichter. Gelukkig hebben we nog de Alpine A110 die slechts 1100 kilogram op de weegschaal doet. Een directe concurrent van de Porsche Cayman, Toyota Supra en Audi TT.

Alpine A110

De Alpine A110 weegt slechts 1100 kilogram!

Alpine? Waar ken ik dat merk ook alweer van?

Van de Formule 1 natuurlijk. Alpine is het sportieve submerk van Renault. Een beetje zoals CUPRA is van SEAT en Polestar van Volvo. Voor de jonge lezers die de geschiedenis van Alpine wellicht niet kennen. Alpine is in 1955 opgericht en bouwde tot midden jaren 90 lichtgewicht sportauto’s. Met name de eerste generatie A110 (1971 – 1974) is echt een legende geworden. Eind 2017 werd de huidige generatie Alpine A110 gelanceerd en is Alpine ambitieuzer dan ooit. Zeker nu moeder Renault heeft besloten dat alle Renault Sport en Racing onder de Alpine-vlag ontwikkeld gaan worden. Dat is goed nieuws voor de autoliefhebbers, want we weten uit ervaring dat de Renault Sport engineers briljante auto’s kunnen maken en we weten dat ze bij Alpine veel ervaring hebben met het bouwen van lichtgewicht auto’s. Bij de komende (verplichte) elektrificering kan deze know-how een groot voordeel zijn. Wellicht heeft Alpine de sleutel in handen en kunnen ze een (relatief) lichte en sportieve elektrische auto bouwen.

Al[ome A110

De ronde koplampen zijn een verwijzing naar het roemruchte verleden.

Wat zijn de specificaties van de Alpine A110?

Vooralsnog kunnen de mensen die benzine door hun aderen hebben lopen opgelucht ademhalen. De Alpine A110 heeft nog een 1.8 liter turbomotor onder de kap. Een bekende motor, want deze motor doet ook dienst in de Renault Megane R.S (280-300 pk). De 7-traps automatische versnellingsbak (dubbele koppeling) kennen we ook van Renault. Daar houden de overeenkomsten wel op, want in de Alpine ligt de motor in het midden van de auto en worden de achterwielen aangedreven. Daarnaast is Alpine heel ver gegaan in de gewichtsreductie. Echt bij ieder onderdeel is gekeken of het bijdraagt aan de gewichtsreductie. Dit extremisme heeft dus geleid tot een spectaculair leeggewicht van 1.100 kg! Dat betekent dat je binnen 4.5 seconden van stilstand naar onze maximumsnelheid kunt sprinten. Op een lege Autobahn kun je uittesten of er bij 250 kilometer daadwerkelijk een begrenzer is gemonteerd door Alpine. Meer vermogen kan overigens ook. De Alpine A110S is goed voor 292 pk.

Sportuitlaat Alpine A110

De sportuitlaat moet je altijd bijplussen.

Heeft de auto de wow-factor?

Een sportauto koop je niet vanuit de ratio maar je laat veel meer je hart spreken. Dit is vaak ook een auto voor erbij, voor de ‘leuke’ kilometers. Juist in dit segment moet een auto ook weten te verleiden. Ik geef de auto twee duimpjes omhoog. Ik vind het een prachtige auto om te zien, ook al oogt de auto wat onrustig door de ‘wrapping’. Daar moet je van houden. Ik zou hem gewoon lekker basic houden. Wat ik knap vind is dat de auto zowel een sportieve als een sympathieke uitstraling heeft en niet doorslaat in een overdreven testosterongehalte. Een Toyota Supra bijvoorbeeld is voor mij weer net een brug te ver. De Alpine A110 is een auto van subtiele en ronde lijnen met een knipoog naar het verleden. De koplampen zijn duidelijk gebaseerd op het ontwerp van de A110 van de eerste generatie. Ik word ook blij van de details. Bijvoorbeeld het subtiele Alpine-logootje op de tankdeksel, het Frankrijk vlaggetje op de B-stijl of de merknaam Alpine die je terugvindt op de remschijven. Dit is een auto waar je niet snel op uitgekeken raakt. Een voordeel ten opzichte van de Porsche Cayman en Audi TT is dat de Alpine veel exclusiever is. Alhoewel je in bepaalde kringen wel bonuspunten scoort met je Audi- of Porsche-sleutel.

Frans vlaggetje Alpine A110

Vive Le France!

En het interieur?

Het is een bonte mix van materialen en stijlen. Optisch valt je oog als eerste op de Sabelt sportstoelen. Prachtige stoelen die met fraai leder bekleed zijn. Je hebt twee versies, dit is de comfortabelste van de twee. Ik verklap vast, een heerlijke stoel die zowel geschikt is voor het sportieve werk als voor lange reizen. De zitpositie is sowieso voortreffelijk. Heerlijk laag en je kunt het stuur perfect verstellen. Zo hoor je te zitten in een sportcoupé. Verder valt nog een aantal zaken op. De zwevende middenconsole bijvoorbeeld. Of de deurportieren. Deels in de carrosserielak (fraai) en deels met leder bekleed. De materialen zijn overigens niet overal even fraai. Mooi gestikt leer en harde plasticsoorten wisselen elkaar af. De zaken die je voelt (stuur, stoelen, knopjes, etc.) zijn overigens van hoge kwaliteit. Een dissonant is het navigatiesysteem. Qua graphics, laadtijden en bediening zijn er betere systemen op de markt. Wel weer leuk is dat je allerlei informatie over je auto kunt uitlezen zoals de olietemperatuur (motor & versnellingsbak), turbodruk, bandentemperatuur, g-krachten, vermogen en noem maar op.

Interieur Alpine A110

Origineel vormgegeven interieur.

Hoe is het comfort?

Vanaf mijn startpunt (Alpine Centre Soestdijk) heb ik een mooie route uitgezet door de Utrechtse Heuvelrug, Veluwe en het achterland van Barneveld. De start-up van de auto is meteen goed. De optionele sportuitlaat (altijd bijplussen!) laat met een lekkere brul van zich horen. Daarna pruttelt de auto lekker stationair. Het navigeren naar de snelweg gaat zonder moeite. Motor en bak blijven braaf op de achtergrond en het valt meteen op dat de vering bijzonder vergevingsgezind is. Dit is een hele prettige ‘daily drive’, juist ook op de snelweg. Ook wind- en bandengeruis vallen heel erg mee. Mede ook omdat de Alpine A110 op 18 inch wielen wordt afgeleverd. Dat is gewoon prettig voor het comfort. Zuinig is de auto ook. Ook hier profiteer je dat de motor minder kilootjes moet voortslepen en dus ook relatief zuinig met de brandstof omgaat.

Sabelt sportstoelen Alpine A110

Heerlijke stoelen.

Heeft de auto ook een sportstand?

Jazeker. Nu de vloeistoffen op bedrijfstemperatuur zijn druk ik de sportknop op het stuurwiel maar eens in. De versnellingsbak springt naar de meest sportieve stand en de uitlaat staat ook in standje ‘guerre’. Tijd voor het eerste 0-100 plus sprintje. Bam! Als door een wesp gestoken word ik naar de horizon gekatapulteerd. Dit is een serieus snelle auto en de snelheidsbeleving is ronduit sensationeel, mede ook door de korte bakverhoudingen. Zonder moeite kun je hoogst illegale snelheden aantikken. Dat doe ik uiteraard maar even niet en ik rem weer even af om wat tussensprints te doen. De bak is heerlijk, zeker in sportstand. Heel alert en gelukkig heeft Alpine het nagelaten om overdreven ‘sportief’ aanvoelende schakelklappen te programmeren. Die zijn leuk voor twee keer maar daarna vooral irritant. Dit is een topbak. Wat mij betreft beter dan de veel geroemde DSG-versnellingsbak van VAG. Die wil nog wel eens een klein beetje bokken of besluiteloos zijn. Daar heeft deze versnellingsbak geen last van. Ongeacht of je in automatische of manuele modus zit.

Automaat Alpine A110

Hier bedien je de automatische versnellingsbak.

Wat valt op aan de motor?

In principe is dit de geknepen versie van de 1.8 liter turbomotor uit de Renault Megane RS. Ik was bij die auto niet bijzonder onder de indruk van de motor. Een motor waar het wilde randje ontbrak, de turbo veel tijd nodig had om op te spoelen en waar het geluid ‘net niet’ was. Ik weet niet of Alpine er veel aan heeft veranderd, maar de beleving is nu totaal anders. Dit is misschien wel de fijnst klinkende viercilinder die ik ken. De soundtrack is ronduit agressief en ook pruttelt de sportuitlaat lekker mee. Daarnaast hoor je constant heerlijke afblaasgeluiden van de turbo. Turbogat? Heb ik nauwelijks gevoeld. Als door een wesp gestoken reageren bak en motor op je bevelen. Gek toch dat een paar honderd kilo minder en een sportuitlaat zo’n verschil in beleving maken. Puntje van kritiek is dat het vermogen helemaal bovenin een beetje afvlakt. Tussen de 4.000 en 5.500 toeren is het ideale werkgebied van de motor. Doorhalen tot de begrenzer (de bak schakelt in manuele modus helaas wel automatisch door) is vooral leuk om de uitlaat te horen brullen. De belangrijkste conclusie? Je komt met ‘maar’ 252 pk echt helemaal niets tekort. Vooral in de eerste 3 versnellingen is dit een razendsnelle auto. Daarnaast wordt de subjectieve snelheidsbeleving verder versterkt doordat je met je billetjes zo dicht op het asfalt zit.

Met de soundtrack is niets mis.

Hoe doet de Alpine A110 het als stuurmansauto?

Deze auto heeft één belangrijke troefkaart en dat is het lage gewicht. Dat maakt het rijden zo fijn. De auto zet zich meteen en je kunt enorm snel van richting veranderen. De auto heeft enorm veel tractie maar je voelt wel (vooral midcorner) dat de achterzijde je gewillig assisteert om de bocht nog wat scherper aan te snijden. Wat me het meeste bijblijft is de subtiele wijze waarop de auto met me communiceert. Daardoor heb je snel vertrouwen in de auto en durf je het ESP al vroeg uit te schakelen. Gelukkig maar, want in sportstand grijpt het ESP nog wel eens te overijverig in met rem-ingrepen. De besturing is aan de lichte kant, maar wel heel erg precies en nooit nerveus. Het chassis is voor een sportieve auto opvallend ‘soft’. Bij stevig remmen helt de koets wat naar voren en in de bochten voel je ook dat er een tikje rol in de koets zit. Dat is overigens helemaal niet storend. Sterker, je kunt zo heel goed aanvoelen hoe hoog het tempo is. Het grote voordeel is dat je op minder goed asfalt juist veel meer grip en controle houdt. Bij veel ‘spijkerharde’ auto’s moet je dan gas lossen. Tempo afschudden kan de Alpine ook goed. Het rempedaal is echt perfect te doseren. Al met al is de conclusie helder: dit is een fenomenale rijdersauto. Heel veel beter dan dit wordt het niet.

Flippers versnellingsbak Alpine A110

De schakeltijden van de versnellingsbak zijn heerlijk rap!

Wat kan beter?

Niet zo heel veel. Een paar kleine dingen. De positie van de schakelflippers vind ik niet ideaal. Die zijn gemonteerd aan de stuurkolom en ik grijp nog wel eens mis als ik bochtuit wil doorschakelen. Ook is het zicht naar achteren vrij matig en ontbreekt een middenarmsteun tijdens de langere ritten. Irritant is de bekerhouder. Die is totaal ongeschikt om een flesje vast te houden. Bij de eerste flauwe bocht klapte het flesje er meteen uit. Dat bracht meteen het volgende probleem met zich mee, want het ontbreekt aan opbergruimte. Iets basaals als een dashboardkastje ontbreekt bijvoorbeeld ook. Het grootste nadeel vind ik de relatief kleine bagageruimte van 200 liter (een kleine ruimte voor en eentje achter). Natuurlijk is dat niet het belangrijkste in een sportieve auto, maar je moet wel heel sober inpakken als je met de Alpine op vakantie wilt gaan. Of kleren kopen à la ‘Jack Reacher’. Na gebruik weggooien en een nieuw setje kopen. Kan natuurlijk ook, maar is wel wat omslachtig.

Opbergruimte Alpine A110

De opbergruimte annex ‘dashboardkastje’.

Wat mag dit kosten?

De Alpine is in drie uitvoeringen leverbaar. De Pure richt zich op de wat meer puristische bestuurder en mist wat luxe-opties. Voor 66.190 euro mag je jezelf de trotse eigenaar noemen. De Legende (die versie heb ik getest) heeft wat meer luxe aan boord, zoals een Focal audio, de comfortstoelen, parkeersensoren, een achteruitrijcamera en andere velgen. Daarvoor mag je 70.390 euro meenemen naar het Alpine Centre. De Alpine A110S (77.900 euro) is het topmodel van de reeks en is wat meer gericht op de circuitrijder. Het onderstel is wat stugger dan de gewone Alpine A110 en je hebt natuurlijk een meer potentere motor en de sportuitlaat wordt direct af-fabriek gemonteerd. Of deze versie wat toevoegt? Laat ik zeggen dat ik een meer potente motor en stuggere demping geen seconde gemist heb.

Alpine A110 bij Alpine Centre Soestdijk

Met dank aan Alpine Centre Soestdijk voor de testrit.

Conclusie?

De Alpine A110 is een pareltje en dat komt door de som der delen. Het strenge dieet werpt vruchten af. Dit is een waanzinnig lichtvoetige en agiele auto. Wat me het meest verrast is dat je de auto prima kunt inzetten voor je dagelijkse kilometers. De Alpine A110 is een auto die op de openbare weg optimaal tot zijn recht komt. Verfrissend dat een autofabrikant niet ‘blind’ voor het snelste rondje Nürburgring is gegaan maar zich vooral heeft geconcentreerd op ouderwets rijplezier en rijdbaarheid. Het is heel knap dat Alpine de ‘sweet spot’ gevonden heeft. Dit onderstel is ronduit subliem, net als de remmerij en de besturing. Zo precies en fijn te doseren. Zelfs de 1.8 liter turbomotor verdient een pluim. Waar de motor in de Renault Megane RS niet helemaal tot zijn recht kwam, is het in de Alpine A110 een geweldenaar. De soundtrack en prestaties zijn fabuleus. Geholpen door de magistrale versnellingsbak. Dat de auto (totaal) niet praktisch is, de navigatie verouderd is en je best een stevig bedrag mag aftikken mag de pret niet drukken. Sterker, je bent voor een Porsche Cayman of Audi TT echt nog wel wat meer centjes kwijt. Wat dat betreft kun je de Alpine een koopje noemen. Want deze auto maakt veel duurdere sportauto’s totaal overbodig.

Alpine remmen

Van dit soort details word ik heel erg blij.

Eindcijfer: 8.5
+ Waanzinnig veel rijplezier
+ Motor en bak helemaal goed
+ Sympathieke uitstraling
+ Lichtgewicht
– Onpraktische auto

Dank @Alpine Centre Soestdijk voor het beschikbaar stellen van de testauto.

Christian Schilder

Parttime petrolhead met fascinatie voor auto's, snelheid en sensatie.

2 reacties

  1. Nathan schreef:

    Staat deze ook op je shortlist?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten